Instellingen

Uit ViaNLCS
Ga naar: navigatie, zoeken
Tab Instellingen1.png

In de Instellingen tab is het mogelijk project en individuele gebruikers instellingen te verrichten. Daarnaast wordt informatie over de ViaNLCS getoond in de vorm van versienummers, licentie en berichtgeving.


Naast het logo wordt het basis versienummer van zowel ViaNLCS als van de NLCS dataset getoond. Indien er een nieuwe versie van ViaNLCS beschikbaar is wordt deze informatie ook naast het logo getoond.

Informatie

Door op het logo van ViaNLCS te klikken kan het informatie venster worden geopend.

In dit venster is detail informatie over ViaNLCS beschikbaar. Tijdens het leveren support kan hiernaar gevraagd worden.

In het onderste deel van het venster wordt informatie gegeven over nieuwe ontwikkelingen of de beschikbaarheid van een nieuwe versie.



Project

Project1.png

Bij Project kunnen instellingen verricht worden per project. Wanneer andere gebruikers van de ViaNLCS een actief project selecteren worden de instellingen overgenomen.

Projectgegevens worden ook in de tekening opgeslagen. Hierdoor kan de ViaNLCS bij het openen van een tekening direct herkennen bij welk project de tekening hoort en de bijbehorende instellingen overnemen. De gebruiker zal hiervoor door middel van een dialoog van op de hoogte worden gesteld en de mogelijkheid krijgen een ander project te kiezen.


Hoofdgroepen

Per ingestelde discipline kan een selectie van te tonen hoofdgroepen worden gemaakt. Dit wordt zichtbaar in de tab Objecten.

Hoofdgroepen1.png



Bestandslocaties

Bestandslocaties1.png

In deze tab kunnen de locaties per gebruiker ingesteld worden. De instellingen bestaan uit twee delen.


Bij NLCS basisgegevens kan het initialisatiebestand van de NLCS dataset worden opgegeven. Dit bestand staat normaal op een locatie beschikbaar voor alle gebruikers op de lokale PC (<CommonApplicationData>).

De NLCS dataset kan echter ook op een andere locatie geplaatst worden (b.v. op een netwerkschijf). In dat geval kan hier het initialisatiebestand op die andere locatie geselecteerd worden.

Wanneer u de NLCS dataset op een bedrijfsnetwerk plaatst is het niet noodzakelijk om voor elke gebruiker de NLCS dataset te installeren. Maar het is echter voor de installatie van de ViaNLCS wel noodzakelijk (en vóór eerste gebruik) de map "C:\ProgramData\ViaTools\" te hebben, hier in moet dan het bestand "ViaNLCS.ini" staan. Later is dit aan te passen.


Bij Gebruikersgegevens kunnen de locaties voor de zogenaamde Gebruikersgegevens worden opgegeven. Dit kunnen gegevens van individuele gebruikers zijn, maar ook van het eigen bedrijf.

Standaard staan de locaties op het gebruikersprofiel ingesteld (<ApplicationData>). De eigen locatie kan zich zowel op de locale PC als ook op het netwerk bevinden. De locaties voor de Eigen Object tabel, de Eigen symbolen en de eigen arceringen kunnen individueel worden opgegeven. Het is hierbij mogelijk om bijvoorbeeld dat de eigen symbolen zich op het netwerk bevinden en de eigen object tabel zich op de lokale PC bevindt.

(Let op: de eigen symbolen moeten per hoofdgroep in een submap worden geplaatst. Bijvoorbeeld symbolen die bij de hoofdgroep Verhardingen (VH) horen moeten in de submap SVH worden geplaatst. Voor verdere uitleg zie de Formele beschrijving NLCS versie 4.0 bij paragraaf 5.2.3 "Naamgeving en plaatsing van symbolen")


Met de knop Opnieuw inlezen NLCS gegevens worden de NLCS dataset en de Eigen dataset opnieuw ingelezen gebruikmakend van de ingestelde gegevens.