Objecten

Uit ViaNLCS
Ga naar: navigatie, zoeken
TabObjecten1.png

In de Objecten tab vindt het echte werk plaats. Hier kan een selectie gemaakt worden voor de Status, het Object en het Element. Vervolgens kan bij Element een instelling gekozen worden en eventueel een actie.







De volgende onderdelen zijn te herkennen:

Schakelaar

ViaNLCS reageert op het activeren van een CAD-commando. Afhankelijk van het CAD-commando wordt een actie uitgevoerd al naar gelang de instelling in ViaNLCS. Het is mogelijk zelf te bepalen op welke CAD-commando's ViaNLCS zal reageren en de instellingen toe te passen. Op de pagina Configureren CAD-commando's is een beschrijving beschikbaar voor het samenstellen van CAD-commando's.

Functie van de schakelaar
x ViaNLCS is ingeschakeld en in afwachting van een CAD-commando.
x ViaNLCS is uitgeschakeld en zal niet reageren op een CAD-commando.
x ViaNLCS is ingeschakeld en er is een CAD-commando actief waar ViaNLCS op reageerd.



Status

Status1.png

Bij de Status kan gekozen worden of het object Bestaand, Nieuw, Vervallen of Tijdelijk is.
Tevens kan bij Substatus een nummer worden gekozen. Hiermee kan de status in fases of niveau-aanduidingen worden ingedeeld (b.v. N1 en N2).

Functie van de knoppen
x Wijzig de status van NLCS-objecten.
x Wijzig de substatus van NLCS-objecten.



Schaal

Schaal1.png

Bij Schaal kan de tekenschaal worden bepaald van een object. Afhankelijk van het NLCS-object wordt hiermee de Lijnstijl-, Tekst-, Maatvoering-, Arcering- of Symbool-schaal bepaald. Er kan ook gekozen worden voor Annotative, dan wordt de actieve 'annotation scale' als schaalfactor toegepast.


Functie van de knoppen
x Wijzig de verschaling van schaalafhankelijke objecten zoals tekst, maatvoering, arcering en symbolen.

Met de selectie Annotative worden de 'Annotation scales' in de tekening worden opgeschoond en NLCS geschikt gemaakt worden. Ook bij Gereedschappen zijn functies voor het aanmaken en opschonen van 'annotative scalens' beschikbaar.

NLCS Objecten

Objecten1.png

In het NLCS objecten gedeelte kunnen de te plaatsen NLCS-objecten worden gevonden. Dat kan via de verkenner-achtige structuur (objecten boom) of via het zoek veld onder Markeren. Zoekt u een object dan kunt u een deel van het te zoeken object intypen. Het aantal gevonden objecten zal worden getoond naast het zoekveld, met de mogelijkheid met de pijltjes te 'wandelen' naar het gewenste object. Ook worden de gevonden objecten via een kleur aangegeven in de verkenner boom. Zalm roze geeft aan dat onder dit item er een object bevind uit de zoek actie en donker roze geeft aan dat dit het gevonden object is. Met het kruis kan de markering worden gewist.

Invouwen objectenboom
Met de knop x kan de objectenboom worden ingevouwen.

Alle groepen tonen in objectenboom
x

Met het selectie vakje achter Alle Groepen kunnen ook de groepen die niet getoond worden aangezet worden.
(Welke hoofdgroepen getoond worden is afhankelijk van de ingestelde discipline op de Project tab)


Functie van NLCS-object knoppen
ObjectToevoegen1.png
Voeg een 'Eigen object' toe.

Een Eigen object is te herkennen aan het lichtbruine icoon voor de (sub)objectnaam.

ObjectWijzigen1.png
Wijzig een NLCS-object of een 'Eigen object'.

Een Eigen object is te herkennen aan het lichtbruine icoon voor de (sub)objectnaam.
Een gewijzigd NLCS-object is te herkennen aan het grijze icoon voor de (sub)objectnaam.

ObjectVerwijderen1.png
Verwijder een gewijzigd NLCS-object of een 'Eigen object'.

Een gewijzigd NLCS-object zal weer hersteld worden naar de oorspronkelijke instelling.

WijzigObject1.png
Wijzig naar NLCS-object.

Wijzig een tekenobject(en) naar het geselecteerde NLCS-object.
Bij tekenobjecten die al zijn toegewezen aan een NLCS-object wordt alleen het NLCS-object in de naam van de tekenlaag gewijzigd. Bij tekenobjecten die nog niet zijn toegewezen aan een NLCS-object wordt tevens Status en Element toegewezen.

ObjectActiveren1.png
Maak een NLCS-object actief door een object in de tekening te selecteren.

Afhankelijk van het selecteerde object zullen de instelling bij Element zich aanpassen.

De 'Eigen objecten' worden standaard in bestanden bij de Windows gebruikersinstellingen op de lokale pc opgeslagen. Het is mogelijk de bestanden centraal op een netwerk te plaatsen. Bij de tab Instellingen bij Bestandslocaties kunnen de juiste locaties worden ingesteld. Let hierbij wel op de mogelijkheid van een conflict wanneer meerdere gebruikers de centraal geplaatste bestanden aanpassen, of bewerken. Het is in dat geval verstandig de bestanden readonly te maken en een beheerder aan te stellen die de eigen objecten aanpast.

LET OP: Deze lagen maken dus niet officieel deel uit van de NLCS.
(De NLCS organisatie ontvangt graag de nieuwe objecten, om de NLCS te kunnen verbeteren)

Zie Bewerken Eigen Object voor uitleg over het dialoogvenster.


Onlangs gebruikte objecten
x
In het veld Onlangs gebruikte objecten zijn de laatst gebruikte NLCS-objecten beschikbaar. Door op het driehoekje aan de rechterzijde te klikken komt de lijst beschikbaar.

Element Code

ElementCode1.png

Met Element Code (of subelement) kan geschakeld worden naar een Doorsnede of een Niet zichtbaar.
Bij Doorsnede wordt de lijndikte met een 'pendikte' opgehoogt. Symbolen die in doorsnede voorkomen in de NLCS, zoals een trottoirband worden alleen getoond in de symbolen lijst wanneer Doorsnede is aangevinkt.
Bij Niet zichtb. wordt de lijndikte met een 'pendikte' verlaagd. Het lijntype wordt gewijzigd naar 'NLCS_HIDDEN'. Een voorbeeld van een niet zichtbaar object is een muur haaks op en achter een andere wand.

Functie van de knoppen
x Wijzig de element code (subelement) van de geselecteerde tekenobjecten overeenkomstig de selectie van Doorsnede of Niet zichtb.
x Maak de geselecteerde tekenobjecten vlakvormend.
x Maak de geselecteerde vlakvormende tekenobjecten ongedaan.

Vlakvorming
Vlakvorming is een nieuwe functionaliteit waarbij tekenobjecten - behorende tot het NLCS-element Geometrie, Symbool of Tekst - voorzien worden van een vlakvormend kenmerk.
Vlakvormende tekenobjecten kunnen door voor IMGEO geschikte software worden geïmporteerd en verwerkt. Bij symbolen die vlakvormend worden gemaakt, zal de attribuut dialoog worden getoond waarbij de mogelijkheid wordt geboden om een IMGEO-functie te selecteren.
LET OP: het sub-element Vlakvorming moet niet verward worden met het element Vlakvulling.



Element

Bij Element kunnen de instellingen per element worden ingesteld.
De horizontaal liggende tabs bevatten knoppen die specifieke ViaNLCS commando's in gang zetten. Deze zijn qua type verticaal georiënteerd. De knoppen op de eerste en/of tweede positie van elke tab biedt de mogelijkheid om een gekozen NLCS-instelling toe te passen op een in de tekening geselecteerd object; de knop op de derde positie verricht een roteer functie; de knop op de vierde positie verricht een tekenactie.
De volgende elementen zijn beschikbaar:


Geometrie en Oppervlak

ElementGeometrie1.png

Bij het element geometrie kunnen geen instellingen worden verricht. Het element Oppervlak is een variant van geometrie met als verschil dat oppervlakken gesloten zijn. Met de 'Wijzig'knoppen is het mogelijk geometrie objecten om te zetten naar een oppervlak object.

Functie van de knoppen
x Instellingen voor Geometrie element activeren.

Er komen hier geen instellingen beschikbaar, maar wel wordt bij de tekenlaag eigenschappen wordt het resultaat zichtbaar.

x Wijzig geselecteerde tekenobjecten naar Geometrie.
x Wijzig geselecteerde tekenobjecten naar Oppervlak.


Symbool

ElementSymbool1.png

Instellingen voor het element Symbool. In de objectenboom worden de objecten die symbolen bevatten met zwarte tekst afgebeeld. Wanneer symbolen worden gevonden, worden deze getoond in een lijst en wanneer een symbool in de lijst wordt geselecteerd zie je deze in een preview.

Functie van de knoppen
x Instellingen voor Symbool element activeren.

Er komen hier instellingen beschikbaar voor het kiezen van symbolen.

x Wijzig in de tekening geselecteerde symbolen.

Indien in de tabel een symbool is gekozen zal het getekende symbool worden vervangen door het gekozen symbool.

x Roteer een in de tekening geselecteerde symbool gebruikmakend van de oorspronkelijke richting.
x Plaats een symbool. Deze functie vervangt het CAD-commando INSERT door het commando NLCS_INSERT.

In de informatiebalk wordt een id-nummer getoond:

  • id: unieke identificatie code NLCS symbool


Arcering

ElementArcering1.png

Instellingen voor het element Arcering. In de objectenboom worden de NLCS-objecten die arcering patronen bevatten met zwarte tekst afgebeeld. Wanneer arcering patronen worden gevonden, worden deze getoond in een lijst en wanneer een arcering patroon in de lijst wordt geselecteerd zie je deze in een preview.

Functie van de knoppen
x Instellingen voor Arcering element activeren.

Er komen hier instellingen beschikbaar voor het kiezen van Arcering patronen.

x Wijzig in de tekening geselecteerde arcering patroon.

Indien in de tabel een arcering patroon is gekozen zal het getekende arcering patroon worden vervangen door het gekozen arcering patroon .

x Roteer een in de tekening geselecteerde arcering patroon ten opzichte van een geslecteerde lijn(segment),

waarbij een extra 45o, 90o eigen hoekwaarde opgegeven kan worden.

x Plaats direct een arcering. Deze functie plaatst een gearceerde polygoon.

Hierbij kan op de commandline geschakeld worden tussen 'Line' en 'Arc'.

Voor AutoCAD is de mogelijkheid beschikbaar om een arcering te voorzien van een achtergrondkleur. Indien gebruik vlakvulling in achtergrond is geselecteerd, wordt de vlakvullingskleur toegekend als achtergrondkleur aan de geselecteerde arcering. Dit wordt ook zichtbaar in de preview.

In de informatiebalk wordt een id-nummer getoont:

  • id: unieke identificatie code NLCS arcering


Vlakvulling

ElementVlakvulling1.png

Instelling voor het element Vlakvulling. Het element Vlakvulling moet niet verward worden met het sub-element Vlakvorming.

Functie van de knoppen
x Instellingen voor Vlakvulling element activeren.
x Wijzig de vlakvulling van in tekening geselecteerde arceringen van het type SOLID.
x Plaats direct een vlakvulling. Deze functie plaatst een gevulde polygoon.

Hierbij kan op de commandline geschakeld worden tussen 'Line' en 'Arc'.


Tekst

ElementTekst1.png

Onder de tab Tekst kan de teksthoogte worden gekozen en of deze geplaatst moet worden met het commando "Dtext" (Single Line) of "Mtext" (Multi Line). Ook is er een optie om de tekst in schuinschrift te plaatsen. De teksthoogte wordt bepaald door de Scale die is ingesteld in ViaNLCS of door de Annotation Scale als Annotative als schaal is gekozen.

Functie van de knoppen
x Instellingen voor Tekst element activeren.
x Wijzig de stijl van in tekening geselecteerde teksten en aanpijlingen.
x Roteer een in tekening geselecteerde tekst gebruikmakend van de oorspronkelijke richting.
x Plaats een tekst langs een geselecteerde lijn(segment).

Let op!
Een Aanpijling (multileader) komt in het NLCS-object 'AANPIJLING' en niet in het geselecteerde NLCS-object.


Maatvoering

ElementMaatvoering1.png

De tab Maatvoeren is vergelijkbaar aan de tab Tekst. Kies het betreffende commando of gebruik een AutoCAD maatvoer commando. Als de tekening erom vraagt kan er een kleiner lettertype (1.8 mm i.p.v. 2.5 mm) worden gekozen. De teksthoogte wordt bepaald door de Scale die is ingesteld in ViaNLCS of door de Annotation Scale als Annotative als schaal is gekozen.

Functie van de knoppen
x Instellingen voor Maatvoering element activeren.
x Wijzig de stijl van in de tekening geselecteerde maatvoeringen.


Eigenschappen tekenlaag

EigenschappenTekenlaag1.png

Eigenschappen tekenlaag geeft de eigenschappen van de bij een geselecteerd NLCS object behorende tekenlaag weer:

  • la: tekenlaagnaam
  • id: unieke identificatie code NLCS object
  • lw: lijndikte in mm (LineWeight)
  • co: kleur weergegeven als ACI (AutoCAD Color Index) of RGB (Rood, Groen, Blauw)
  • lt: lijntype (linetype)
  • Plot / NoPlot: Tekenlaag krijgt de instelling voor plotten of niet plotten